Inleiding in het kweken van siervogels

 

Dit hoofdstuk geeft informatie over het kweken van grasparkieten en kanaries. Hier kunt u alles lezen over het broedproces, de nestbouw en het leggen van de eitjes.

 

Bijna 90 procent van alle siervogels die worden aangeboden komen voort uit nakweek. Steeds meer vogelhouders geven hun vogels dan ook de kans om hun jongen groot te brengen. Hierdoor beschikken wij tegenwoordig over veel meer kennis op dit gebied dan vroeger. Er is een groot aantal vogelsoorten waarmee succesvol gekweekt wordt. Afhankelijk van de soort worden verschillende eisen gesteld aan de voeding en de verzorging tijdens de kweek. De zebravink (Taenopygia guttata) is bijvoorbeeld een zeer geschikte kweekvogel en daarmee een goede keus voor de beginnende kweker. Enkele papegaaiensoorten, zoals de Grijze Roodstaartpapegaai (Psittacus eritacus), zijn niet geschikt om direct mee te beginnen. Deze vogels broeden nog maar sinds korte tijd succesvol in gevangenschap en vragen tijdens de broedperiode specifieke verzorging van de kweker. In het vervolg van dit hoofdstuk vindt u informatie over de kweek van de twee meest geliefde siervogels:

· De grasparkiet

· De kanarie

De grasparkiet

Grasparkieten worden sinds het jaar 1840, toen de eerste exemplaren vanuit Australië naar Europa kwamen, gekweekt. Ze zijn verwant aan de papegaaien en in het algemeen gemakkelijk te kweken. In de loop van de jaren zijn grasparkieten in verschillende kleurvariaties gekweekt. Omdat de grasparkiet van nature een koloniebroeder is, is het niet nodig ze tijdens de broedtijd in aparte kooien te huisvesten. U kunt deze gezellige vogels ook in een volière laten broeden. Bedenk echter wel, alvorens u voor het eerst gaat kweken, dat er voor het houden van bepaalde parkieten en papegaaien (wettelijke) vergunningen noodzakelijk zijn.

· Geslachtsbepaling: Het geslacht kunt u bij grasparkieten bepalen aan de hand van de washuid, het hoorngedeelte rond de neusopeningen boven de snavel. Bij volwassen mannetjes is deze blauw of violet en bij volwassen popjes bruin (wanneer het popje broedrijp is wordt de bruine kleur donkerder). Bij jonge grasparkieten geeft de kleur van de washuid niet altijd zekerheid over het geslacht, echter met vogels jonger dan zeven maanden moet u niet kweken.

· Tijdstip: De lente is de beste tijd om met de vogels te gaan broeden. Als u in het voorjaar nestkasten in het vogelverblijf neerhangt komen uw vogels in broedstemming.

· Nestbouw: Op het laatst, als u de broedparen heeft samengesteld, moet u hen een nestkast verstrekken. Nestkasten zijn er in vele vormen en maten te koop. De meeste nestkasten voor grasparkieten zijn rechthoekig en hebben aan één zijde een invliegopening. In de bodem van de nestkast is vaak een uitholling gemaakt, die er voor zorgt dat de eitjes op hun plaats blijven liggen. Het verstrekken van nestmateriaal is niet nodig.

· Het leggen van de eieren: De eieren worden om de dag gelegd. Meestal worden er tussen de vier en zes eieren gelegd door het grasparkieten popje. Het komt echter ook voor dat een legsel slechts uit één eitje bestaat, maar ook legsels van acht of meer eitjes komen voor. De broedduur voor elk ei bedraagt 18 dagen. De jongen komen met tussenpozen van twee dagen uit het ei. Het eerste jong is hierdoor al beduidend groter dan het jong dat als laatste uit het ei kruipt.

· Voeding: Grasparkieten gebruiken Calcium voor de vorming van de eischaal. Goede bronnen hiervoor zijn Sepiaschalen en grit. Ook kiemzaad, eivoer en gewelde zaden zijn tijdens de broedperiode goede aanvullingen op de voeding.

· Het verzorgen van de jongen: Grasparkietenjongen komen blind en naakt uit het ei. Tijdens de gemiddelde duur van 24 dagen, die ze in de nestkast doorbrengen, zijn ze voor wat betreft hun voedselvoorziening volledig aangewezen op de ouders. Zo gauw de jongen de nestkast hebben verlaten leren ze snel voor zich zelf te zorgen. Op een leeftijd van ongeveer 32 dagen zijn ze zelfstandig en kunnen ze van de ouders gescheiden worden.

De Kanarie

Het kweken van kanaries stelt hogere eisen aan de kweker. Deze vogels zijn op het gebied van verzorging en de voeding veeleisender dan de genoegzame parkieten. De duur vanaf het leggen van de eieren tot het tijdstip waarop de jongen zelfstandig zijn, bedraagt ongeveer twee maanden. Tijdens de broedperiode moet u de vogels in een apart verblijf plaatsen en niet in een gemengde volière. Tijdens de broedperiode hebben de vogels namelijk veel rust nodig en verdragen ze geen andere vogels. Daarom moet u het vogelverblijf ook zo situeren dat de vogels geen hinder ondervinden van de overige vogels.

· Geslachtsbepaling: Mannelijke kanaries zijn eigenlijk alleen met zekerheid van de popjes te onderscheiden door hun gezang. De mannetjes zijn duidelijk betere zangers en de intensiteit en geluidssterkte van hun gezang neemt toe naar mate ze meer in broedstemming komen. Het gezang van de popjes is veel minder melodieus dan dat van de mannetjes. Hun broedstemming is te herkennen aan het feit dat ze onrustiger worden en met het bouwen van het nest beginnen.

· Tijdstip: De mannetjes beginnen meestal rond december al met zingen en naar mate de dagen langer worden vertoeven ze steeds meer in de nabijheid van de popjes. Vanaf dit tijdstip moet u nestkorfjes en nestmateriaal in het vogelverblijf aanbrengen.

· Nestbouw: Kanaries nestelen in nestkorfjes, die aan de bovenkant open zijn en uit gevlochten pitriet-, draad- of plastic kunnen bestaan. De nestkorfjes moeten met zacht materiaal, bijvoorbeeld vilt, bekleed worden. Daarnaast moet u materiaal aanbieden waarmee de vogels hun nest kunnen bouwen. Geschikte materialen zijn onder andere reepjes van een papierenzakdoek, hooi, mos, kokosvezel en stukjes stof. Het nestmateriaal moet echter wel zo kort zijn dat de vogels er niet met hun poten in verstrikt kunnen raken.

· Het leggen van de eieren: Kanaries leggen iedere dag of iedere tweede dag 's ochtends een ei. In totaal leggen ze vier of vijf eieren, in uitzonderlijke gevallen kunnen het echter ook twee of soms zelfs wel zes zijn. De eieren zijn hemelsblauw met kleine stippen. De wilde kanarie, waaraan de huidige kanarie verwant is, begint te broeden zodra het legsel voltallig is. Kanarie popjes die in gevangenschap leven beginnen vaak al bij het eerste ei te broeden. Laat men de jongen uitkomen in de volgorde waarin de eieren zijn gelegd dan zijn de jongen duidelijk verschillend in ontwikkeling. De overlevingskansen van de jongen die het laatst zijn geboren nemen daarbij af omdat ze in de strijd om het voedsel zwakker zijn dan hun oudere broers en zusters en soms zelfs door hen worden doodgedrukt.

· Om dit te voorkomen moet u de gelegde eitjes uit het nest halen. Vervang de eitjes rond het tijdstip waarop ze zijn gelegd door een kunstei. Kunsteitjes zijn in een goede dierenspeciaalzaak te verkrijgen. De eitjes die u hebt weggenomen kunt u tot twee weken, bij kamertemperatuur bewaren op watten. Zodra het legsel voltallig is verwijderd u de kunsteitjes en legt de echte eitjes weer terug in het nest. Door deze handelswijze komen alle eitjes na 13 tot 14 dagen gelijktijdig uit.

· Voeding: Aan kanariepopjes moet u twee weken voor het leggen van de eitjes en tijdens de broedperiode eivoer verstrekken. Bij de vakhandel worden verschillende soorten eivoer voor de opfok van jongen aangeboden. Er zijn ook veel kwekers die zelf een opfokvoer samenstellen. Sepiaschelpen en grit zijn belangrijke aanvullende calciumbronnen die u zeker tijdens de broedtijd aan uw vogels moet verstrekken.

· Verzorging van de jongen: Kanaries worden naakt en blind geboren. Zolang ze in het nest verblijven zijn ze wat betreft hun voedsel volledig aangewezen op hun ouders. Na ongeveer 16 dagen verlaten de jongen het nest waarna ze langzamerhand zelfstandig leren te eten. Op een leeftijd van 25 tot 30 dagen zijn ze zelfstandig en kunnen ze van de ouders worden gescheiden.

Inleiding in het kweken van siervogels